|
Hoe het begon.
Levenstaak van Martin Bayambere (†), Rwandees priester
Verteld door Luk Sillis
Ik ken Martin Bayambere sinds 1984. In die tijd was hij parochiepriester in Nyundo, in noordwest Rwanda. Toen had hij getracht ons te contacteren. Onze familie heeft immers zijn nichtje, Nakure, geadopteerd . Nakure werd in 1983 geboren. Haar moeder overleed bij de geboorte. Martin kon zijn pasgeboren nichtje niet helpen en bracht het naar het weeshuis van Nyundo, bij Rita Van Caillie, een Belgische lekenhelpster die dit weeshuis beheerde van 1963 tot 1986. Dankzij abbé Martin leerden wij Rita kennen. Nakure werd er opgenomen tot ze 11 maanden later bij ons een thuis vond.
Omdat hij zich om zijn nichtje persoonlijk bekommerd had en als aandenken aan zijn overleden jonge zus, heeft Martin er steeds over gewaakt dat Nakure in goede omstandigheden kon opgroeien.
Wij, de familie Sillis, en heel veel vrienden steunen sindsdien het weeshuis van Nyundo, dat origineel gebouwd werd voor opvang van 60 kinderen, maar sinds de periode na de Genocide meer dan 550 kinderen herbergt. Om te vermijden dat de Tutsi-kinderen uit het weeshuis zouden vermoord worden, vluchtte Athanasie (de huidige verantwoordelijke) tijdelijk met alle kinderen de grens over naar Goma waar ze probeerden te overleven in mensonwaardige omstandigheden. De cholera epidemie van augustus 1994 heeft er een zeer zware tol geëist. Dit weeshuis is een echte zegen voor de regio rond het Kivu-meer. De instelling is overbevolkt,maar wordt door directrice, "mama Athanasie" gerund met een inzet en overgave om "U" tegen te zeggen. Hulp aan het weeshuis werd daardoor ons eerste project. In de periode van 1982 tot 1997 hebben we 10 Rwandese weeskinderen geadopteerd. Hierdoor zijn onze banden met "het land met de duizend heuvels" veel intenser geworden.
Martin was ondertussen een echte vriend geworden niet alleen van ons, maar van veel mensen uit onze omgeving. Door het feit dat hij naast zijn eigen taal ook Engels en Frans sprak, fungeerde hij soms als assistent van de bisschop van Nyundo en moest hij deze verzellen op zijn buitenlandse reizen. In 1986 kwam hij ons in Opwijk bezoeken, waar we toen woonden.
Heel snel werd hij bevriend met onze vrienden en door zijn charisma heeft hij iets prachtigs gerealiseerd. Zonder het zelf te beseffen en misschien zelfs een beetje tegen zijn wil, vormde zich een kring van vriendschap en solidariteit rond zijn persoon. Deze informele groep noemt zich nog steeds "de Vrienden van Martin". Telkens hij naar België kwam, was er tijd te kort om al zijn vrienden te bezoeken naast zijn bisschopstaak.Later werd Martin benoemd tot inspecteur van de christelijke scholen voor de regio Giseny, Nyundo en Kibuye. Hij bezocht regelmatig de scholen en onderhield een goed contact door zijn dialoog met de leerlingen. Maar hij concentreerde zich vooral op de vorming van degelijke leraren en professoren. Zijn glimlach, zijn zin voor humor en zijn sterk geloof in Christus en in de liefde onder de mensen maakten hem onweerstaanbaar. Was hij dan een perfect mens of priester? Helemaal niet! Hij had geen orde, vergat ongeveer alles en kwam vaak te laat. En toen kwam de Rwandese Genocide. Een vreselijke volkerenmoord die het ganse land ontwrichtte en ganse families uitroeide. Door Belgische en Rwandese vrienden die ter plaatse waren werd ik verwittigd dat Martin tijdens de eerste dag van de Genocide was omgebracht samen met 19 andere Rwandese priesters. We hebben gedurende weken om Martin gerouwd tot we een brief ontvingen uit Zaïre (Congo), waarin Martin ons informeerde dat hij had kunnen ontsnappen samen met 3 andere priesters en zich volledig berooid in Goma bevond. Hoe hij ontsnapt is en hoe hun vluchtroute verlopen is kan best door Eugeen Munyandinda verteld worden. Eugeen die mee met Martin ontsnapte is nu parochiepriester in Deinze. Hij kan ook getuigen hoe haast de ganse familie van Martin werd omgebracht door extremistische milities. Ik ben Martin gaan opzoeken in Goma. Daar heeft hij me de Rwandese vluchtelingen getoond : de weeskinderen, de weduwen, duizenden mensen die leefden in afgrijselijke omstandigheden en lijdend onder de ongeneselijke trauma's. Martin zelf verkeerde in goede gezondheid, maar erg getraumatiseerd door het verlies van zijn familie. De enige overlevenden zijn : Nakure die bij ons is, Beatrice (een nicht van 23 jaar) en Alfonsine, een nichtje dat pas in mei 1997 teruggevonden werd. Het was gedurende die tropische nachten in Goma dat Martin de funderingen van zijn projecten gelegd heeft. Temidden van zoveel miserie had hij het niet moeilijk om mij te overtuigen dat zijn land nood had aan mensen en middelen om te zorgen voor de elementaire noden als voeding, vorming en familiaal leven. Maar ik heb een erg druk leven en ik kon hem geen beloftes doen voor enige medewerking. Op 6 juni 1997 is Martin met mij meegereisd vanuit Goma naar België om te recupereren en om een nieuwe zin voor zijn leven te zoeken.Na mijn terugkeer hebben enkele vrienden me gevraagd om een voordracht te geven over mijn ervaringen in Goma en hen de videobeelden te tonen die ik er opgenomen had. Na die voordracht hebben ze plannen gemaakt om een aantal weeskinderen in Rwanda te helpen. Zo werd ARK (Actie Rwandese Kinderen) te Adinkerke opgericht.
Martin zelf begon zich bij ons thuis te vervelen en overtuigde me dat hij zich nuttig wou maken tijdens zijn ballingschap in België. Met de hulp van vrienden in Opwijk en na wat prospectie werd Martin benoemd tot interim-pastoor in de parochie L'Hermite in Braine L'Alleud. Ook daar werd hij snel populair door zijn charisma en zijn nieuwe vrienden in Waals-Brabant vormden de vereniging "Les enfants du père Martin" met als doel hulp te verlenen aan de weeskinderen en weduwen in Rwanda. In Opwijk vond men de mensen van de missienaaikring bereid om ook de projecten van Martin te steunen.Bij zijn terugkeer naar Rwanda in november 1994 had Martin in België 3 kleine organisaties die de projecten zouden steunen die Martin in Rwanda zou starten ten voordele van armen, weeskinderen en weduwen. Vrij vlug smolten de 3 verenigingen samen tot 1 vereniging met de naam "ARK-DUFANTANYE" maar met behoud van hun eigenheid en lokale binding. (Dufantanye betekent in het Rwandees : Laat ons samenwerken) Terug in zijn land, neemt Martin zijn functie op van inspecteur van de scholen, maar bovendien organiseert hij de stichting van zijn initiatieven om de armen, de weeskinderen en de weduwen van zowel Hutu's als Tutsi’s te steunen.
Maar het onvermijdelijke gebeurde. Martin, een van de weinige intellectuelen die konden ontsnappen aan de Genocide in Nyundo, bleef een zeer hinderlijke getuige voor de génocidaires. Sinds deze moordenaars naar Rwanda terugkeerden in de lente van 1997, voelde hij zich erg bedreigd. Op 6 augustus 1997 overleed hij op verdachte wijze in een auto-ongeluk . Hij was toen vergezeld van Michel Seghers, een medewerker van ARK-DUFANTANYE. Michel was in Rwanda om er samen met Martin een atelier op te richten waar jongens vanaf 12 jaar een beroep konden leren. (Centre d'apprentissage) Michel kwam om in hetzelfde auto-ongeval en liet een weduwe met 4 kinderen na. In zijn testament vraagt Martin ons zijn werken voort te zetten en we doen dit met veel enthousiasme maar vooral met geloof en de wil om te slagen. |